Sinds het schooljaar 2014-2015 zijn de traditionele ouderavonden op het Herman Wesselink College vervangen door driehoeksgesprekken. Elke leerling voert samen met zijn ouders en mentor twee keer per jaar een voortgangsgesprek van ongeveer een half uur. De leerling bereidt zoveel mogelijk zelf het gesprek voor. Deze invoering is mede het gevolg van een gerandomiseerd experiment dat ik in havo 4 heb uitgevoerd, waarbij de helft van de leerlingen zelf hun gesprek voorbereidden, terwijl voor de andere helft van de leerlingen de mentor het gesprek voorbereidde. In deze bijeenkomst zal ik de opzet en de uitkomsten van het onderzoek bespreken. Ook zal ik aandacht schenken aan de implementatie van deze gesprekken in de hele school en het tevredenheidsonderzoek wat we na het eerste jaar hebben uitgevoerd.

Maartje van der Eem

Maartje van der Eem is docent geschiedenis op het Hermann Wesselink College (Amstelveen). Zij heeft vier jaar als vakdidacticus op de eerstegraads lerarenopleiding van de Vrije Universiteit gewerkt. Tijdens de tweejarige opleiding  Master Evidence Based Innovation in Teaching (Maastricht University) heeft ze onderzoek gedaan naar leerlinggestuurde voortgangsgesprekken in havo 4. Deze gespreksvorm is vervolgens voor alle leerlingen van het Hermann Wesselink College ingevoerd. Momenteel heeft ze naast haar lestaak ook een taak als onderwijsonderzoeker.

  1. Het NRO onderneemt diverse activiteiten voor het onderwijs om de verbinding tussen onderwijsonderzoek en de onderwijspraktijk te versterken. In onze sessie geven we een korte presentatie van deze activiteiten. Vervolgens gaan we erover in gesprek met de deelnemers. Welke activiteiten vindt u zinvol, welke mist u? Bij welke activiteiten zou u betrokken willen zijn, over welke wilt u meer weten? Hoe kunnen deze activiteiten verbeteren?
    De sessie is bedoeld voor docenten en andere onderwijsprofessionals, zoals schoolleiders, bestuurders en intern begeleiders. Onderzoekers zijn ook van harte welkom om mee te praten.
  2. Het NRO financiert praktijkgericht onderwijsonderzoek waarin leerkrachten samenwerken met wetenschappers. In onze sessie vertellen we wat dit onderzoek inhoudt en wat het oplevert. Ook gaan we in op de mogelijkheden voor leerkrachten (onderwijsinstellingen) om financiering aan te vragen voor dit praktijkgericht onderzoek.

Linda Sontag

Linda Sontag is secretaris van de programmaraad praktijkgericht onderzoek van het NRO. Deze programmaraad financiert onderzoeksprojecten die aantoonbaar bijdragen aan de verbetering en ontwikkeling van het onderwijs. Als senior beleidsmedewerker van het NRO werkt Linda ook mee aan academische werkplaatsen in het onderwijs. Eerder was ze onderwijsonderzoeker bij onder meer de KPC-groep en het IVA.

Marion Stenneke

Marion Stenneke is adviseur kennisbenutting bij het NRO. Ze werkt aan de verbinding tussen onderwijsonderzoek en de onderwijspraktijk en ondersteunt onderzoekers bij het verspreiden en benutten van resultaten. Eerder werkte Marion als verslaggever en onderzoeksjournalist bij onder meer het ANP en Radio 1, en als voorlichter bij NWO.

Wat kunnen de inzichten van het onderzoek van Mullanaithan en Shafir betekenen voor onderwijs? In hun boek “Scarcity: Why Having Too Little Means So Much” beschrijven beide hun onderzoeken naar de invloed van schaarste op intelligentie. In hun boek zelf komt onderwijs slechts beperkt aan bod, maar toch kunnen hun resultaten belangrijke consequenties hebben voor de dagelijkse praktijk.

Deze presentatie is gebaseerd op het artikel Scarcity and education to be published in EER in 2016.

Extra info (pdf): 

De Bruyckere Handout
De Bruyckere Handout
de-Bruyckere-handout.pdf
59.9 KiB
364 Downloads
Details

Pedro De Bruyckere

Pedagoog en onderzoeker aan de Arteveldehogeschool. Actieve blogger op xyofeinstein.be (in het Nederlands), TheEconomyOfMeaning.com. Schreef mee aan onder andere “Jongens zijn slimmer dan meisjes” en “Urban Myths about Learning and Education”, beide over mythes over onderwijs en, euh, leren.

Taal is een gevoelig instrument waarmee wij gedachten van het ene brein proberen over te hevelen naar andere breinen. Aan taal alleen hebben we echter niet genoeg om een ander te kunnen begrijpen. Om talige boodschappen te kunnen begrijpen, moeten wij informatie uit de tekst combineren met onze achtergrondkennis. Dit is een complex proces waarin verschillende cognitieve functions betrokken zijn, zoals perceptie, aandacht, geheugen en voorstellingsvermogen. Aan de hand van concrete voorbeelden laat ik zien hoe het begrijpen van taal in zijn werk gaat.

Rolf Zwaan

Rolf Zwaan is Hoogleraar Biologische en Cognitieve Psychologie aan de Erasmus Universiteit. Zijn belangrijkste onderzoeksgebied is taalbegrip. Zijn recente onderzoek richt zich op de rol van beweging en waarneming bij begripsvorming. Hij wil deze twee onderzoeksgebieden integreren. Hij is hoofdredacteur van het nieuwe open-access wetenschappelijke tijdschrift Collabra  en is lid van de redactieraad van De Psycholoog. Hij schrijft een veelgelezen blog over wetenschap en taal: http://rolfzwaan.blogspot.nl/.

Samenvatting: Kind en tiener moeten worden beschouwd als ‘werk in uitvoering’. Hun schools presteren en leermotivatie worden sterk bepaald door hun persoonlijke ontwikkeling en de aard van de steun, sturing en inspiratie die ze hebben genoten. Leerkracht en ouders zijn daarvoor essentieel. Maar ook biopsychologische factoren blijken erg belangrijk te zijn. Prikkels uit de omgeving hebben een sturende rol in de neuropsychologische ontwikkeling: ‘Context shapes the brain’. Dit uit zich in de ontwikkeling van vaardigheden, beleving en gedrag van de leerling. En de rijping van hersenstructuren kan worden versneld maar ook vertraagd door de leef- en leeromgeving. Goede slaap & voeding maar ook afwezigheid van langdurige stress zijn nodig voor een goede ontwikkeling en voor de ontplooiing als persoon. Het onderwijs kan veel doen om de faciliteiten te scheppen waarbinnen deze ontplooiing – en daarmee: de talentontwikkeling – optimaal verloopt. Voor de tiener zijn de non-cognitieve functies belangrijk; behalve zelfinzicht en zelf-regulatie zijn ook aandacht en (omgaan met) impulsiviteit, motivatie en nieuwsgierigheid, empathie, kiezen/beslissen centraal.

School c.q. de leerkracht kunnen veel doen om de ontwikkeling van deze functies te faciliteren. In deze presentatie wordt hierop ingegaan. Mogelijk relevante methoden, attitudes en aanpak worden besproken en bediscuteerd.

Jelle Jolles

Jelle Jolles is Universiteitshoogleraar Neuropsychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en leidt het Centrum Brein & Leren. Tevens coördineert hij het landelijke koepelprogramma LEREN dat valt onder het Nationaal Initiatief Hersenen & Cognitie (NIHC) van NWO. Hij maakt zich sterk voor de dialoog tussen wetenschappelijk onderzoek en samenleving. Daarbij gaat het om onderwijs en opvoeding en om ‘levenlang leren’ bij kinderen, tieners, volwassenen, ouderen en patiënten met een hersendysfunctie. Jolles’ doel is om onderwijs en opvoeding te laten profiteren van de inzichten die de laatste jaren zijn verkregen over de hersenen en over het cognitief en neuropsychologisch functioneren. Zijn activiteiten richten zich op ‘de menselijke ontplooiing’ en de factoren die daar bepalend voor zijn.

Sergey Visser

Twee dingen kunnen we als docent in elk geval doen om daar achter te komen:

1. Je programma zelf uitproberen;

2. Feedback op je programma, lessen en toetsen organiseren.

Natuurlijk, je leerlingen leren iets van jouw opdrachten, coaching en uitleg. Maar jij leert ook van je leerlingen: welke opdrachten het meeste leerrendement opleveren, hoe je hen het beste kunt begeleiden en aan welke uitleg zij het meest hebben. Wederzijds leren dus.

Daar gaan we in deze workshop mee aan de slag. Aan de hand van een praktische opdracht gaan we in gesprek: wat werkt? En hoe komt dat? Dat genereert ongetwijfeld wederzijds goede ideeën voor het onderwijs van nu.

Sergej Visser

He who chases two rabbits, catches none, luidt een Oosters gezegde. Daar trek ik me weinig van aan. De Uomo universale, die leeft om te leren en leert om te leven, die past meer bij mij. En bij het onderwijs van nu.

Als docent Engels (en CKV) ontwerp ik met collega’s het complete lesprogramma voor de bovenbouwklassen HAVO en VWO op mijn school. Een brede interesse en een flinke dosis creativiteit komen daarbij goed van pas.

In het woordenboek van de Skepticus staat: “Een pseudowetenschap
is een reeks ideeën gebaseerd op theorieën die als wetenschappelijk
naar voren worden gebracht maar die in werkelijkheid niet
wetenschappelijk zijn.” Hoe is pseudowetenschap in het onderwijs te
ontmaskeren? Karin den Heijer geeft in haar lezing een praktische
handleiding. Aan de hand van twee casestudies over rekendidactiek laat
zij zien hoe belangrijk het is dat leraren weerbaar zijn tegen
pseudowetenschap. De lezing eindigt met concrete ideeën voor de
verbetering van de kwaliteit van ons onderwijs.

U hoeft geen wetenschapper te zijn om te kunnen oordelen over
wetenschappelijkheid. Na deze lezing kan niemand u meer knollen voor
citroenen meer verkopen. De handleiding krijgt u mee naar huis. Op een
visitekaartje.

 

Karin den Heijer

Lerares Wiskunde, Erasmiaans Gymnasium Rotterdam
Karin den Heijer is lerares wiskunde aan het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam en bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland (BON). Ze studeerde Chemische Technologie aan de Technische Universiteit Twente. Eerder gaf zij scheikunde en wiskunde op verschillende scholen, waaronder ook in Brussel. De laatste tijd heeft ze zich vooral beziggehouden met het becommentariëren van de gang van zaken rond de rekentoets.

In 2013-2014 is de Improve-methode, een didactische methode die de leerling helpt expliciet metacognitieve vaardigheden binnen de vaklessen te ontwikkelen, onderzocht. Na significant verbeterde resultaten bij V5-wb en H4-wa heeft de NRO onderzoeksgeld toegekend om de interventie uit te breiden naar twee scholen, meerdere vakken, meer docenten en onderbouwklassen. Dit schooljaar worden interventiegroepen wiskunde, economie en m&o gedurende 3/4 jaar getraind in de IMPROVE-methode.

Plonie Nijhof

Plonie is docent wiskunde en onderwijsonderzoeker aan het Hermann Wesselink College. Het geven aan wiskunde onderwijs aan begaafde- en getalenteerde leerlingen is een prachtige ervaring die mij stimuleert mijn onderwijs steeds opnieuw uit te vinden.  Naast het geven van wiskunde ondersteun ik als onderwijsonderzoeker innovaties op mijn school zoals de Laptopklas, Ontwikkelgroepen en de Improve-methode.

Rodica Ernst-Militaru

In 2013 heb ik mijn “Master of Evidence Based Innovation in Teaching” behaald aan de Universiteit van Maastricht. In mijn vakgebied wiskunde hebben leerlingen hulp nodig om de gevarieerde soms ingewikkelde stof lesstof te kunnen structureren en beheersen. Het aanleren van strategieën en een correcte denkwijze is met name voor zwakke leerlingen hierbij onmisbaar. Ik wil graag bereiken dat ook deze leerlingen van wiskunde kunnen houden en ervoor kunnen en willen gaan. Mijn huidige onderzoek naar de IMPROVE-methode blijkt hierbij een belangrijke tool te kunnen zijn. Ik denk dat wij als docenten ons doel hebben bereikt bij iedere individuele leerling die door onze inzet en onze deskundigheid over de streep getrokken wordt.